Wanneer je puber met een TikTok-diagnose thuiskomt
Je puber komt thuis, laat z’n tas vallen, pakt wat te eten uit de kast en roept tussen de chips en het scrollen door: “Mam, ik denk dat ik ADHD heb. Of misschien autisme. TikTok denkt dat ook.” En daar sta je dan. Met een halve banaan in je hand en een hoofd vol vraagtekens. Wat zeg je? “Nee joh, dat is pubergedrag”? Of: “Oh jeetje, we moeten naar de dokter”? Of durf je even helemaal niks te zeggen omdat je bang bent het verkeerd aan te pakken?
Waar het allemaal begint: herkenningsvideo’s
Dit is hoe het tegenwoordig gaat. Het begint met een video op TikTok. Of op Insta. Of in een YouTube Short. Eén van die filmpjes waarin iemand met een rustgevende stem vertelt: “Als jij je kamer niet kunt opruimen, snel overprikkeld raakt en het liefst alleen bent… dan heb je waarschijnlijk ADHD of autisme.” En jouw puber kijkt, luistert, herkent… álles. In hun hoofd ontstaat langzaam een conclusie: oh, dáárom ben ik zo. Dan is er dus een reden voor de chaos in m’n hoofd. Dan is het niet mijn schuld.
De waarde van herkenning en de verwarring erachter
En eerlijk? Die herkenning is oprecht waardevol. Pubers willen snappen waarom ze zich voelen zoals ze zich voelen. Waarom ze soms ineens uit hun vel springen. Waarom ze zich afsluiten, of juist alles intens binnenkrijgen. Waarom ze het gevoel hebben dat hun hoofd altijd ‘aan’ staat. Ze zoeken naar een verklaring. En TikTok geeft die snel, helder en in hapklare brokjes.
Puberteit of diagnose?
Maar de puberteit is sowieso al een mentale achtbaan. Hersenen in verbouwing, hormonen die op hol slaan, groepsdruk, verwachtingen, prikkels en plotselinge huilbuien omdat hun favoriete hoodie in de was ligt. Soms lijkt het op een stoornis, terwijl het gewoon… puberen is. Of oververmoeid zijn. Of gewoon even klaar zijn met de wereld.
Ouders tussen ontkenning en paniek
Als ouder kun je dan twee kanten op schieten. Of je denkt: ach joh, dat hoort erbij. Niet zo aanstellen. Of je schiet in de paniekmodus: moet ik een test laten doen? Is er iets mis? Maar ergens tussen die twee uitersten ligt een middenweg. Eentje die begint met een gesprek. De stappen van Aankoeteren™: Vertragen, Verkennen en Verbinden. Gewoon even zitten en vragen: “Wat herken je dan precies in dat filmpje?” Niet om te controleren of het ‘echt’ is, maar om te begrijpen wat je puber voelt.
Wat je puber eigenlijk wil zeggen
Want vaak zit er achter die opmerking “ik heb vast ADHD” een veel belangrijkere vraag verstopt. Namelijk: zie jij mij eigenlijk wel écht? Zie je dat ik soms overprikkeld raak? Dat ik soms vastloop op school of sociaal uitgeput thuiskom? Dat ik het soms gewoon even niet weet? En hoop je stiekem dat ik dat ook eens hardop durf te zeggen?
Met of zonder label: jij maakt het verschil
Soms is er echt meer aan de hand. En dan is het fijn als je puber voelt dat hij of zij bij jou terecht kan. Dat jullie samen kunnen kijken of er iets onderzocht moet worden. En soms is het gewoon een zoektocht. Een fase waarin herkenning helpt, maar waarin je kind vooral wil weten: ik ben niet raar. Ik ben niet alleen.
Jouw rol is dan niet om alles te fixen. Je hoeft geen diagnose te stellen, geen zelftest te googelen en geen spoedafspraak bij de psycholoog te regelen. Wat wél helpt, is dat jij er bent. Met ruimte. Met rust. Met de boodschap: jij mag zijn wie je bent, met of zonder label. En nee, je hoeft het niet allemaal te begrijpen. Maar luisteren kun je wel.
En als ze dan zeggen: “Ik heb dat ook”
De volgende keer dat je puber zegt: “Ik denk dat ik ook zo ben, net als in dat filmpje,” hoef je dus niet te schrikken. Of te ontkennen. Of te verklaren. Je hoeft alleen maar te zeggen: “Vertel eens. Wat raakte je daarin?” Want dat is het begin van het gesprek dat er écht toe doet. Niet op TikTok. Maar gewoon aan de keukentafel. Tussen de boterhammen, de sokken op de grond, en een ouder die luistert.
3 concrete tips voor ouders (gekoppeld aan de 3 stappen van Aankoeteren™)
1. Vraag nieuwsgierig, niet paniekerig → Vertragen
In plaats van meteen in de actiestand te schieten, neem eerst even een mentale pas op de plaats. Adem. Luister. En stel een open vraag zoals: “Wat sprak je zo aan in dat filmpje?” Door te vertragen, geef je je puber ruimte om zélf woorden te geven aan wat er speelt. Zonder haast. Zonder oordeel.
2. Normaliseer zonder weg te wuiven → Verkennen
Laat je puber voelen dat wat ze meemaken ertoe doet. In plaats van het weg te poetsen met “Dat heeft iedereen weleens”, kun je samen onderzoeken wat er precies zo lastig voelt. Zo ga je van oppervlakkige herkenning naar echte verkenning: waar worstel jij mee, en wat ligt daaronder?
3. Blijf beschikbaar zonder alles te willen oplossen → Verbinden
Je hoeft niet met oplossingen te komen. Echt niet. Het belangrijkste is dat je puber weet: jij bent er. Dat zorgt voor veiligheid. Voor vertrouwen. En voor verbinding. Laat je kind voelen dat hij of zij niet alleen is in deze zoektocht, label of geen label.



